Stel cookie voorkeur in

Dyslexie

Wat doet u bij vermoeden van dyslexie?

Als u merkt dat uw kind ernstige leesmoeilijkheden heeft, kunt u nagaan of de school een vermoeden van dyslexie heeft. De school is namelijk verantwoordelijk om het vermoeden van dyslexie vast te stellen. Een school biedt een leerling op lezen en spellen eerst extra hulp aan, om hem of haar vervolgens op de vorderingen te observeren en te toetsen. Zo kun je het verschil gaan aantonen tussen lees- en spelmoeilijkheden en het vermoeden van dyslexie. Dit doet een school door het aantonen dat uitval hardnekkig is. Als een kind bij het leesonderwijs uitvalt, wordt daarom door de school eerst extra hulp gegeven. De uitval houdt in dat een kind op drie opeenvolgende momenten op lezen een Cito-E-score behaalt of drie opeenvolgende momenten op lezen een lage D-score behaalt en een E-score op spelling. De hardnekkigheid wordt aangetoond als de leerling, na twee interventieperioden met drie meetmomenten in een half jaar, geen vooruitgang boekt. Lees hier meer.

Hoe wordt dyslexie vervolgens vastgesteld?

Als er sprake is van hardnekkige uitval, en dus van een vermoeden van dyslexie, bespreekt de school met ouders de vervolgstappen. Vraag de school om met u de gegevens van het leerlingendossier te bespreken en vraag welke hulp op school is gegeven en wat het effect van die hulp was. De school kan u adviseren of het diagnose dyslexieonderzoek raadzaam is. Op dat moment wordt besproken of en welk onderzoek naar dyslexie gestart kan worden.

Wie vraagt het dyslexieonderzoek aan?

U als ouder vraagt het onderzoek aan. Een uitzondering hierop is de aanvraag van de verkorte procedure. Uiteraard kunt u ook altijd bij de school om advies en begeleiding vragen. Om u te helpen heeft het samenwerkingsverband ook een protocol dyslexieonderzoek opgesteld.

Wie betaalt het dyslexieonderzoek en de behandeling?

Het dyslexieonderzoek kan sinds 2009 voor kinderen vanaf 7 jaar doorgaans vanuit het basispakket van de zorgverzekering worden bekostigd. In de polisvoorwaarden van de eigen zorgverzekering staat omschreven wanneer er daadwerkelijk sprake is van vergoeding. Er gelden namelijk een aantal beperkende factoren. Daarnaast bepaalt de ernst van de dyslexie of de zorgverzekeraar ook de behandeling vergoed. Ten slotte heeft de keuze voor een bepaalde instelling, waar zowel het onderzoek als de behandeling moet plaatsvinden, ook invloed op de vergoeding. Op de sites van het steunpunt Dyslexie van oudervereniging Balans en van het Masterplan Dyslexie leest u hier meer over.

Wat doe ik als ik niet in aanmerking kom voor de bekostigde procedure?

Als kinderen niet in aanmerking komen voor de door de zorgverzekeraar bekostigde procedure kan de school zelf onderzoek laten doen. Scholen zijn echter zeer beperkt in de mogelijkheden. Er wordt dus altijd gekeken of dit haalbaar is. Binnen de regio Duin- en Bollenstreek wordt de verkorte procedure voor dyslexieonderzoek voor leerlingen van groep 7 en 8 bekostigd door de drie samenwerkingsverbanden vanuit een daarvoor bestemd fonds. (kinderen die voor 1 januari 2000 geboren zijn) De vergoeding voor de verkorte procedure voor dyslexieonderzoek voor leerlingen van groep 4, 5, of 6 wordt door de PO-verbanden vergoed.

Wat is de verkorte procedure?

Als scholen vanuit hun expertise kunnen aantonen dat er sprake is van enkelvoudige dyslexie kan er binnen het samenwerkingsverband de zogeheten verkorte procedure worden opgestart. In dat geval vraagt de school een kort aanvullend dyslexieonderzoek aan. Bij het aanvragen van deze procedure moet uiteraard ook weer het leerlingdossier op orde zijn. De gegevens worden door het onderzoeksbureau geverifieerd en bij akkoord van ouders aangevuld met verklarende gegevens en handelingsgerichte dyslexieadviezen. In deze regio zijn afspraken gemaakt met twee onderwijsbegeleidingsdiensten die dit verkorte onderzoek kunnen doen. Het samenwerkingsverband vergoed tot 2013 dit onderzoek. De afspraken hierover liggen vast in de procedure ‘Dyslexieonderzoek 2009/2013’.

Wat gebeurt er als uit onderzoek blijkt dat er sprake is van dyslexie?

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van dyslexie, wordt de specifieke diagnose gesteld. Wanneer er sprake blijkt te zijn van ernstige enkelvoudige dyslexie, wordt ook de behandeling die daarop volgt vergoed. Het kind heeft bij deze diagnose geen andere leerstoornissen. De dyslexiebehandeling vindt vervolgens plaats door externe specialisten, maar altijd in overleg met de school. Op de site van het ministerie van OCW vind u hierover meer informatie.

Wat gebeurt er als uit dyslexieonderzoek blijkt dat er naast dyslexie andere stoornissen er zijn?

Soms blijkt uit het onderzoek dat andere factoren een rol spelen bij de lees- en spelmoeilijkheden. Hierbij kan gedacht worden aan een mogelijke taalstoornis, concentratieproblemen of gedragsproblemen. Als dit is vastgesteld dan krijgt u wel het onderzoek vergoed, maar niet de verdere behandeling.